Posterwoorden

Posterwoorden

Heldring College - Woordenschatproject (WSP): Posterwoorden

week: 23 t/m 27 oktober 2017

 

Klas 1

POSTER 5

1. bieden = geven

    

2. aangenaam = fijn, prettig

    

3. maximaal = ten hoogste, uiterst

     

4. de reactie = iets wat je terug zegt of terug doet

     

5. de conclusie =  de beslissing die je neemt als je ergens goed over hebt nagedacht

    

6. uitvoerig = uitgebreid, met alle bijzonderheden erbij

     

7. beknopt = kort, met zo min mogelijk woorden

     

8. gemiddeld = het getal dat je krijgt door alle getallen op te tellen en door dat aantal getallen te delen

     

9. de concentratie = aandacht gericht op één onderwerp

     

10. n.a.v. = naar aanleiding van

     

      

Klas 2

POSTER 3  

 

1. vervaardigen = iets maken

     

2. de plattegrond = de tekening die op schaal de ligging van wegen of de indeling van een gebouw aangeeft

    

3. ontkennen = zeggen dat iets niet zo is

     

4. omschrijven = uitleggen wat of waar iets is

     

5. de kwestie = het probleem, de onopgeloste vraag

     

6. de behoefte = iets wat je nodig hebt of wilt hebben

    

7. de betekenis = de bedoeling, dat wat de maker wil vertellen

     

8. aangeven = iets duidelijk maken

     

9. herhaaldelijk = telkens weer, vaker

     

10. d.d. = de dato, van de datum/op de datum

     

  

Klas 3 (e&o)

POSTER 1

Wordt vanaf 30 oktober gepubliceerd.

   

Klas 3 (z&w)

POSTER 1

Wordt vanaf 30 oktober gepubliceerd.

 

 

Top